Werk gelijkwaardig samen aan een concreet vraagstuk uit de praktijk.

Van praten naar doen

Interventie

Community-aanpak Pioneering

Onderbouwing

Binnen het NGF-programma Toekomstbestendige Leefomgeving ondersteunt Pioneering de regionale bouw- en installatiesector bij grote opgaven zoals resultaatgericht samenwerken (RGS), digitalisering (BIM) en Integrale Wijkverduurzaming. Grote maatschappelijke opgaven landen in organisaties vaak als abstracte programma’s, opgepakt door stafafdelingen, beleidslagen en externe adviseurs. Het gevolg: vakmensen voelen weinig eigenaarschap, vraagstukken worden groter en abstracter gemaakt, en er ontstaat afstand tussen beleid en praktijk.

Om dit te doorbreken, bouwt Pioneering met Learning Communities voort op de methodiek van GasErop! (Corporaal & Endedijk, 2023). De doorbraak zat in het omgekeerde van wat voor de hand ligt: niet groter maken, maar kleiner. Niet praten over transitie, maar werken aan een concreet, vastpakbaar vraagstuk. Niet sturen op cultuur, maar condities creëren waarin ander gedrag kan ontstaan. Cultuur wordt hier niet zichtbaar gemaakt en expliciet veranderd, maar indirect, onzichtbaar en langzaam herschreven door aan de slag te gaan met de inhoud en daarbij ander (gewenst) gedrag en samenwerkingte faciliteren.

Toepassing

De community-aanpak werkt op twee schaalniveaus, die op elkaar zijn afgestemd maar elk hun eigen dynamiek hebben.

Op netwerkniveau (zoals RGS, digitalisering en Integrale Wijkverduurzaming) brengt een langerlopende community ervaringen samen en verspreidt opgedane kennis. Dit niveau werkt goed wanneer:

  • de deelnemende organisaties een gezamenlijke ambitie hebben en in gelijkwaardigheid samen komen; 
  • de deelnemers aan de community de koers en richting bepalen;
  • een gerichte focus is op concrete vraagstukken die binnen een organisatie of een bestaande (keten)samenwerkingsverbanden spelen;
  • deze concrete vraagstukken kleiner worden gemaakt, zodat ze in een korte tijd kunnen worden opgelost;
  • de concrete vraagstukken door betrokken vakmensen en vakprofessionals worden opgelost, waarbij werken, innoveren en leren samenkomen;
  • kennis groeit door het delen van succesvolle interventies en het opstarten van vergelijkbare interventies bij andere organisaties of samenverbanden;
  • er iemand is die de gelijkwaardigheid bewaakt, vragen identificeert en articuleert en succesvolle interventies deelt met het netwerk en daarbuiten.

Op microniveau is een community een kleine, diverse groep vakmensen uit een organisatie of samenwerkingsverband die rondom één concreet praktijkvraagstuk samenkomt, gelijkwaardig aan tafel zit, en zelf verantwoordelijk is voor oplossingen en acties. Dit niveau werkt goed door zes principes:

  1. Eigenaarschap vóór interventie — vakmensen zijn geen doelgroep, maar dragers van het vraagstuk.
  2. Klein maken = handelbaar maken — grote transities worden vertaald naar concrete hoe-vragen.
  3. Gelijkwaardigheid — geen hiërarchie, geen experts op de zeepkist, iedereen draagt bij vanuit ervaring.
  4. Faciliteren in plaats van sturen — de facilitator bewaakt veiligheid en het hogere doel, maar stuurt niet inhoudelijk.
  5. Werken, innoveren en leren— eerst actie, dan betekenisgeving.
  6. Netwerkdynamiek — wat werkt, verspreidt zich organisch, via enthousiasme en zichtbare resultaten. Waarbij niet de oplossing, maar de interventie zorgt voor leren binnen het netwerk.

Kort samengevat: cultuur verandert niet doordat je er direct op stuurt, maar doordat je de condities creëert waarin een boom gezond kan groeien en de appels er vanzelf uit voortkomen.

In de praktijk

Deze aanpak wordt binnen Pioneering toegepast via Learning Communities op beide niveaus: de netwerken RGS en digitalisering, en de kleinere community’s daaronder die aan concrete vraagstukken werken. Tijdens de Nail it-sessie Stop met praatclubs! Aanpak voor actie in je netwerk ervoeren deelnemers de microniveau-principes zelf.

Contactpersoon

Bas van Dongen (b.vandongen@pioneering.nl)