Futuring
Futuring is een manier om verschillende mogelijke toekomsten te verkennen. Door maatschappelijke, technologische, economische en ecologische ontwikkelingen in samenhang te bekijken, ontstaat een breder perspectief op kansen, risico’s en keuzes voor vandaag. Futuring helpt organisaties, professionals en beleidsmakers om verder te kijken dan de korte termijn, bestaande aannames ter discussie te stellen en bewust richting te geven aan gewenste toekomsten. Het doel is niet zekerheid creëren, maar beter voorbereid te zijn op verandering en veerkrachtiger kunnen handelen in een wereld die steeds sneller verandert.
Futuring kan op verschillende manieren worden toegepast. Wij ontwikkelden een algemene Futuring aanpak waarmee de sector wordt uitgedaagd om mogelijke wenselijke toekomsten te verkennen en vorm te geven. De aanpak neemt deelnemers in een workshop-setting mee in het nadenken over hoe de ‘wenselijke’ toekomst – die maakbaar wordt geacht – eruit zou kunnen komen te zien en wat daarvoor nodig is.
De aanpak is onder andere toegepast voor het onderdeel industrieel bouwen. Industrialisatie wordt namelijk vaak gezien als een kansrijke manier om bij te dragen aan de landelijke bouwopgave. Daarbij ligt echter vrijwel altijd de focus eenzijdig op versnelling en optimalisatie; circulaire opties en handelingsperspectieven worden daarbij in de regel echter over het hoofd gezien. Tegelijkertijd is er vanuit de sector behoefte aan toekomstbeelden aan de hand waarvan acties kunnen worden afgeleid en geprioriteerd.
De algemene aanpak is vertaald naar een werkvorm die werd gehanteerd tijdens het Scientific Conference van AMS Institute op 15 april 2026. De specifieke workshop ging over industrialisatie in de infrasector. Deelnemers werden in twee groepen ingedeeld. Beide groepen werd gevraagd om toekomstige krantenkoppen uit het jaar 2050 te formuleren om inzichtelijk te maken hoe de infrasector er dan idealiter uitziet, met aandacht voor circulariteit. Na afzonderlijke brainstorms en gesprekken, presenteerden beide groepen vervolgens hun ideeën.
De Futuring variant hielp in het voorbeeld om meer inzicht te krijgen in kansen en belemmeringen voor industrieel bouwen. De toekomstbeelden die de twee betrokken groepen ontwikkelden hadden beide een vergaande focus op (hoogwaardig) hergebruik gemeen. De ene groep ontwikkelde daarbij een toekomstbeeld dat regionaal georiënteerd was en waarbij circulaire materiaaluitwisseling tot stand komt via gestandaardiseerde hubs. In het toekomstbeeld van de andere groep speelde digitalisering een belangrijke rol: monitoring via control towers is daarbij een integraal onderdeel geworden in de dagelijkse praktijk.
Futuring biedt een algemene aanpak gericht op mogelijke (waaronder: wenselijke) toekomsten. Het is geschikt om het gesprek te openen over acties en ontwikkelen over de (middel)lange termijn. Door de vele onzekerheden en de grote complexiteit van de transitie wordt het denken in (verre) toekomsten ook als uitdagend ervaren.
Marc van den Berg (m.c.vandenberg@utwente.nl)