Ontdek welke condities en rollen een ketendoorbraak mogelijk maken.

Ketendoorbraak

Interventie

Condities voor ketendoorbraak

Onderbouwing

Een keten in transitie doorloopt verschillende fasen, en in elke fase is iets anders nodig om ketensamenwerking verder te brengen. Het markttransitiemodel onderscheidt vier fasen. In de inceptiefase, de ‘babyfase’, zoeken losse of gefragmenteerde initiatieven naar oplossingen. Er wordt veel geëxperimenteerd, er is nog veel onzekerheid en weinig samenhang. Pilots en projecten ontdekken wat werkt, vaak aangejaagd door NGO’s, media en kritische stakeholders. Iedereen doet nog wat, maar juist daarom is het cruciaal om te leren. In de competitiefase gaan organisaties zich onderscheiden: dertien vastgoedpartijen die gezamenlijk een harde CO2-limiet stellen is daar een voorbeeld van, naast een toename van labels en certificaten die voor verwarring kunnen zorgen. In de samenwerkingsfase ontstaat het besef dat de keten sectorbreed moet samenwerken, zoals te zien is bij de vezelhennepketen in Friesland of The Urban Woods, waar spelregels, standaarden en normen gezamenlijk worden ontwikkeld. In de institutionaliseringsfase wordt dat nieuwe gedrag uiteindelijk verankerd in regelgeving en handhaving. Het bepalen in welke fase een keten zich bevindt, is de eerste stap om te zien wat nodig is voor de volgende doorbraak in de samenwerking. Maar een fase bepaal je niet alleen: verschillende schakels in de keten, opdrachtgever, bouw, industrie, agro, kunnen zich in verschillende fasen bevinden, en zien de weg vooruit ook anders. Vooruitgang ontstaat pas wanneer die schakels met elkaar in gesprek gaan over wat ze van elkaar nodig hebben. Daarom organiseren we deze interventie niet als individuele oefening, maar als dialoog tussen ketenpartners.

Toepassing

Deze interventie combineert twee instrumenten om ketensamenwerking concreet te maken. Eerst zeven rollen die nodig zijn om een transitie in een keten te versnellen:

  • Netwerkrol — het creëren en onderhouden van netwerken voor duurzaamheid en de duurzaamheidsprogramma’s van de organisatie, en het vertegenwoordigen hiervan in bijeenkomsten met externe stakeholders.
  • Strategische rol — het ontwikkelen van de duurzaamheidsstrategie en deze integreren in de algemene strategie van de organisatie.
  • Coördinerende & initiërende rol — de verschillende afdelingen in de organisatie ondersteunen bij het implementeren van duurzaamheid met behulp van een plan en governance.
  • Stimulerende & verbindende rol — als duurzaamheidsambassadeur anderen motiveren, inspireren en activeren om duurzaamheidsdoelen te integreren in hun taken, zonder formele bevoegdheid.
  • Mentorrol — op individueel, functioneel niveau collega’s adviseren, informeren en trainen, zodat zij de duurzaamheidsdoelen kunnen realiseren.
  • Innoverende rol — het aanjagen van innovaties door met een naar buiten gerichte blik relevante vernieuwingen verder te brengen.
  • Monitorrol — het monitoren, rapporteren en evalueren van de voortgang van de duurzaamheidsdoelstellingen en de daarmee samenhangende ontwikkeling van de organisatie.

Vervolgens werk je met doorbraakkaarten, per schakel in de keten. In een dialoogsessie schuift iedereen aan bij de ketenpartner waarin hij zich het beste herkent (bijvoorbeeld opdrachtgever, bouw, industrie of agro). In een aantal stappen bepaal je eerst welke rol je zelf vervult, plaats je vervolgens jouw ketenpartner in een transitiefase, onderzoek je gezamenlijk wat nodig is voor de volgende fase, en werk je dat uit tot een concrete doorbraakkaart: wat heb je nodig van de andere schakels, en welke rollen zijn daarvoor nodig? Halverwege wisselen de tafels hun belangrijkste behoefte uit met de andere ketenpartners, zodat iedereen kan reageren voordat de doorbraak wordt vastgesteld. Een losse, persoonlijke kaart maakt het tot slot concreet: wat ga jij zelf morgen doen, en welke rol zet je daarvoor in?

In de praktijk

Tijdens Springtij 2025 organiseerden we de sessie Biobased bouwen: hype, hoop of harde noodzaak, met dialoogtafels voor de ketenpartners opdrachtgever, bouw, industrie en agro, elk met een eigen tafelleider vanuit onder meer het Ministerie van VRO, Dura Vermeer/Bouwend Nederland, Building Balance en Provincie Fryslân/Rabobank. De uitkomst: de biobased bouwenketen bevindt zich in fase 2, de competitiefase, met veel partijen die zich onderscheiden maar nog weinig sectorbrede afstemming. Van de zeven rollen bleek de stimulerende en verbindende rol het vaakst vertegenwoordigd, gevolgd door de netwerkrol, wat past bij een keten die toe moet naar de samenwerkingsfase. Om die stap te zetten, kwamen concrete aanzetten naar boven: allianties bouwen met relevante stakeholders, een neutraal en transparant platform voor nieuwe spelregels, en de integrale ketenbusinesscase herverdelen onder alle stakeholders. Net zo bepalend was wat te stoppen: afzetten tegen concurrenten, denken vanuit wij versus zij, en de aanname dat één partij dit alleen kan oplossen.

Contactpersoon

Marten Valk (marten@gideonstribe.nl) (aanspreekpunt). Werkvorm ontwikkeld door Carola Wijdoogen (Sustainability University) in samenwerking met het Springtij-team.