Ontdek hoe verschillende disciplines samen aan bouwopgaven werken.

Vakoverstijgend

Interventie

Afstudeeratelier Toekomst van de Bouw

Onderbouwing

Complexe verandering vraagt om een multidisciplinaire aanpak. Inzichten vanuit één professionele bril zijn onvoldoende om problemen en uitdagingen goed te begrijpen. Veel vraagstukken vragen om verdere kennisvorming en onderzoek, zodat samenwerkingen meer inzicht krijgen en beter kunnen bereiken wat zij beogen. Toch worden zulke vraagstukken nog vaak vanuit één discipline opgepakt. Bovendien ligt in onderzoek vaak de nadruk op systeemuitdagingen en inhoudelijke kennis over een waardeketen, terwijl cultuuraspecten zoals houding, mindset en gedrag van professionals onderbelicht blijven.

Toepassing

Om te experimenteren met een multidisciplinaire onderzoeksaanpak gericht op juist de culturele aspecten van verduurzaming van de bouw, is tijdens studiejaar 2025 – 2026 een afstudeeratelier Toekomst van de Bouw opgezet. Dit afstudeeratelier is georganiseerd in samenwerking met CirCollab, een netwerksamenwerking met meer dan 30 partners, met als doel de circulaire transitie te versnellen. Samen met drie opdrachtgevers, de provincie Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam en het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen, formuleerden we een inhoudelijk kader voor het afstudeeratelier dat van waarde was voor de opdrachtgevers, hun praktijk en professionele netwerk.

Na werving en selectie zijn vijf studenten van de opleidingen Built Environment, Bedrijfskunde en Bestuurskunde in het atelier hun stage- of afstudeeropdracht gaan vormgeven. We ontwikkelden een programma met daarin een gezamenlijke kick-off, inhoudelijke verdieping (bijvoorbeeld via gastcolleges) en een eindafsluiting waarin zij hun stage- en afstudeerproducten konden presenteren aan de opdrachtgevers. Twee coördinatoren van het afstudeeratelier waren vaste aanspreekpunten voor de studenten.

Daarnaast waren collega’s in het project en bij de mede-opdrachtgevers betrokken voor inhoudelijke begeleiding. De studenten gingen aan de slag met een individuele opdracht, die zij samen met ons en in afstemming met elkaar vorm gaven, en waarover zij gedurende de uitvoering steeds met elkaar uitwisselden. Onderzoeksvragen waren daarbij:

  • Hoe wordt samenwerking tussen provincie en bedrijven vormgegeven, wat werkt in deze samenwerking en van welke ervaringen kunnen we leren deze beter in te richten?
  • Hoe kunnen overheden zoals provincies hun stimulerende rol inrichten?
  • Wat maakt bedrijven gemotiveerd, of wat houdt ze tegen, bij het toepassen van biobased materiaal in de bouw, en hoe kunnen we hen over drempels helpen om de toepassingen hiervan te stimuleren?
  • Wat is de rol van ontwerpers in het vergroten van circulaire impact in de gebouwde omgeving, wat zijn succesfactoren voor het vergroten van die impact?
  • Hoe kan samenwerking aan het convenant houtbouw zo worden ingericht dat de impact van die samenwerking wordt vergroot?

In de praktijk

Opdrachtgevers vonden veel herkenning in de opbrengsten van het atelier, en werden door de inzichten van de studenten aangezet tot reflectie op hun eigen praktijk. De ervaringen en data/kennis van de studenten droegen bij aan verdere verdieping en actualiteit van het professionele inzicht van opdrachtgevers. Studenten konden aan het eind van hun traject een inhoudelijk goed en voor de opdrachtgevers verrijkend gesprek met hen voeren over de uitdagingen waar zij mee te maken hebben bij stimuleren van verduurzaming in de bouw.

In de opstartfase bleek het belangrijk om duidelijke werkafspraken, vaste contactmomenten en heldere rolverdeling te organiseren. Kennisbijeenkomsten en kennismakingen met opdrachtgevers hielpen studenten om inhoudelijke richting te vinden en vanuit hun eigen opleidingsachtergrond verbinding te maken met maatschappelijke vraagstukken rondom gebiedsontwikkeling, participatie en samenwerking aan verduurzaming van de bouw. Hierin zien we parallellen met de impact die professionals in samenwerkingen ondervinden van inspirerende netwerkbijeenkomsten, waarin zij inhoudelijk gevoed worden en zich vanuit hun eigen professionele achtergrond kunnen verbinden aan een groter vraagstuk.

De multidisciplinaire samenwerking zorgde voor waardevolle kruisbestuiving, zowel op het proces als op de inhoud. Studenten gaven aan te leren van elkaars onderzoeksmethoden, manier van structureren en perspectieven op thema’s als stakeholdermanagement, samenwerking, vertrouwen en biobased bouwen. Ook ontstonden kansen om data en inzichten tussen onderzoeken te delen. Tijdens het delen van inzichten werden de parallellen tussen de verschillende professionele perspectieven duidelijk.

Opdrachtgevers vonden het mooi om te zien dat de kern van de uitdaging steeds op een andere manier benaderd werd maar ook in essentie overeind bleef: er is een diversiteit aan instrumenten nodig om professionals over drempels heen te helpen. Het vraagt actieve, bewuste inzet, veel mens-tot-menswerk, structureel kennis uitwisselen, het (gezamenlijk) opdoen van positieve concrete ervaringen, commitment op diverse organisatielagen, formaliseren van ambities, inspiratie en vermogen tot perspectiefwisseling om anderen mee te nemen in nieuwe manieren van denken en doen.

Studenten gaven aan dat de koppeling van de overkoepelende onderzoeksvraag met de specialisatie belangrijk is, maar dat hierover vanuit sommige opleidingen vooraf meer duidelijkheid had mogen zijn. Ze ervaarden daarnaast dat feedbackmomenten en begeleiding soms onvoldoende aansloten op de uiteindelijke beoordeling door de opleiding, wat leerzame inzichten opleverde voor toekomstige trajecten: er is meer afstemming vereist tussen studenten, de overkoepelende vraag en begeleiding (coördinatoren) en de opleidingsspecifieke vragen en begeleiding (eigen gespecialiseerde docenten). Tijdens de terugblik op het afstudeerproces kwam ook naar voren dat projecten binnen Built Environment voldoende concreet en toegepast moeten zijn, met aandacht voor ontwerp, materialen, uitvoering en gebiedsontwikkeling. Een te theoretische of conceptuele insteek sluit minder goed aan bij de verwachtingen van de opleiding.

Contactpersoon

Marian Zandbergen (a.m.zandbergen@hva.nl)