Intrinsieke motivatie en drijfveren
In samenwerkingen hebben we het niet zo vaak over onze dieperliggende drijfveren en motivaties, of over houding en mindset. Want: ongemakkelijk, we denken er niet aan, of hebben er geen tijd voor. Liever richten we ons in samenwerking op iets concreets en gaan we doelgericht te werk. Maar duurzaamheidstransities vragen een lange adem en het vermogen veel mensen mee te nemen. In beweging komen en blijven vraagt dat we weten wat onszelf en anderen drijft. Dit vergroot de kans op succes: bewustzijn van drijfveren heeft impact op het gevoel van agency en stewardship. Het stelt ons dus beter in staat om te handelen, helpt ons aan te sluiten bij anderen, en hen mee te nemen in wat we voor ogen hebben.
Inspiratie van gelijkgestemden of rolmodellen en in kaart brengen hoe verschillende standpunten een samenwerkend geheel vormen zijn de basis van deze interventie. Dit doen we aan de hand van filmportretten waarin professionals in de bouw hun motivatie beschrijven, maatschappelijke statistieken om het gepolariseerde beeld dat over de samenleving bestaat te nuanceren, en meer kwalitatieve inspiratie uit ervaringen, zorgen, ‘eco-emoties’ en prioriteiten van anderen.
Via anonieme en/of interactieve live-polls verkennen we vervolgens hoe de deelnemers in de transitie naar duurzame bouw staan. In kleine groepen gaan we hier het gesprek over aan: hoe zit jij er in? Wat vind jij belangrijk? Waar liggen jouw zorgen of prioriteiten? Om de standpunten daarna in een groter geheel te brengen: waar schuurt of strookt de eigen houding, gedrag of mindset met die van anderen in samenwerkingen? Tot slot koppelen we deze inzichten aan te ondernemen actie: wat doe je hier nu al mee en wat zou je nog meer willen doen?
Deze interventie is ontwikkeld met en voor professionals in de bouw en hbo- en wo-studenten met verschillende bouwtechnische studierichtingen. Juist omdat het er niet vaak over gaat, lijkt over het algemeen sprake van grote behoefte en enthousiasme om in besloten setting persoonlijke drijfveren, maatschappelijke prioriteiten, professionele houdingen, mindset, ervaringen en zelfs de eigen ‘eco-emoties’ te verkennen. De interventie liet zien dat het helpt om te zien hoe anderen in de groep en maatschappij ergens in staan, wat zij al doen en nog zouden willen doen. We denken vaak ten onrechte dat standpunten en gedrag t.a.v. duurzaamheid nog weinig veranderd zijn of dat anderen zich geen zorgen maken. Door te laten zien dat de norm en motivaties veranderen, veranderen we het beeld van de norm waar men zich aan spiegelt. Op veel plekken is daarbij de indruk dat jonge mensen niet zo gemotiveerd zouden zijn t.a.v. duurzaamheid of circulariteit, of hun drijfveren niet goed onder woorden zouden kunnen brengen. De reacties van studenten lieten een groot engagement en bewustzijn zien.
De interventie lijkt te bevestigen dat het belangrijk is te beginnen bij de eigen ervaring en leefwereld. En die met elkaar te delen zonder direct het frame van verduurzaming daaraan te koppelen. Vaak doen we dat wel, gaan we doelgericht te werk. Om een dieper bewustzijn te creëren rondom eigen en andermans drijfveren lijkt het loslaten van dit frame goed te werken. Voorbeelden van anderen en gespreks- of invuloefeningen zetten aan tot reflectie op persoonlijke professionele houding en handelen. Hiermee worden ingangen naar meer persoonlijke verbinding gevormd. Met die ingangen kunnen we sustainable stewardship van (toekomstige) professionals vergroten, door meer aan te sluiten bij de leefwereld van de personen die we mee proberen te nemen in samenwerkingen rondom verduurzaming van de bouw.
Marian Zandbergen (a.m.zandbergen@hva.nl)