Community

Werk gelijkwaardig samen aan een concreet vraagstuk uit de praktijk.

Wat Pioneering met de community-aanpak (zoals bijvoorbeeld met de Micro Learning Communities (MLC’s)) doet, is géén trainingsvorm, géén veranderaanpak en géén klassiek innovatieprogramma.

Het is een conditie-gebaseerde leer- en samenwerkingsvorm waarin:

  • vakmensen eigenaar zijn van het vraagstuk,
  • leren plaatsvindt door te doen,
  • en cultuurverandering emergent ontstaat als bijproduct.

Cultuur wordt hier niet ‘veranderd’, maar zichtbaar gemaakt en langzaam herschreven door ander gedrag mogelijk te maken.

Dat maakt dit zo relevant voor Cultuur & Keten.

A. Aanleiding – waarom deze aanpak ontstond

Context

  • Grote maatschappelijke opgaven (energietransitie, verduurzaming gebouwen) landen in organisaties vaak als abstracte programma’s.
  • Binnen bedrijven worden deze vraagstukken veelal opgepakt door:
    • stafafdelingen,
    • beleidslagen,
    • externe adviseurs.

Probleem

  • Vakmensen voelen weinig eigenaarschap.
  • Vraagstukken worden groter en abstracter gemaakt.
  • Er ontstaat afstand tussen beleid en praktijk.
  • Leren en samenwerking worden georganiseerd, niet geleefd.

De doorbraak bij Pioneering

  • Keerpunt: niet groter maken, maar kleiner.
  • Niet praten over transitie, maar werken aan een concreet, vastpakbaar vraagstuk.
  • Niet sturen op cultuur, maar condities creëren waarin ander gedrag kan ontstaan.

B. Wat behelst de community-aanpak?

Kern

Een community (binnen de community-aanpak) is een kleine, diverse groep (vak)mensen uit de keten die:

  • rondom een concreet praktijkvraagstuk samenkomt,
  • gelijkwaardig aan tafel zit,
  • zelf verantwoordelijk is voor oplossingen en acties.

Belangrijk

  • Het vraagstuk is:
    • organisatorisch of ketenbreed,
    • maar concreet genoeg om handelingsperspectief te bieden.
  • De community bepaalt mede zelf:
    • de agenda,
    • het tempo,
    • de richting.

Leven Lang Leren

  • Leren is geen doel, maar een wezenlijk bijproduct.
  • Reflectie ontstaat omdat mensen samen handelen.

C. Waarom werkt dit? (de onderliggende logica)

We zien zes werkzame principes:

1. Eigenaarschap vóór interventie

  • Vakmensen zijn geen ‘doelgroep’, maar dragers van het vraagstuk.
  • Dat vergroot betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

2. Klein maken = handelbaar maken

  • Grote transities worden vertaald naar concrete hoe-vragen.
  • Dit verlaagt verlamming en verhoogt actie.

3. Gelijkwaardigheid

  • Geen hiërarchie in de ruimte.
  • Geen experts op de zeepkist.
  • Iedereen draagt bij vanuit ervaring.

(Mathieu Weggeman resoneert hier sterk: leiding geven aan professionals ≠ inhoud dicteren.)

4. Faciliteren i.p.v. sturen

  • De facilitator:
    • bewaakt veiligheid,
    • houdt het hogere doel in het vizier,
    • maar stuurt niet inhoudelijk.
  • “Space holding” i.p.v. projectmanagement.

5. Doen reflecteren leren

  • Eerst actie, dan betekenisgeving.
  • Cultuurverandering ontstaat als effect, niet als opdracht.

6. Netwerkdynamiek

  • Wat werkt, verspreidt zich organisch:
    • via enthousiasme,
    • via zichtbare resultaten,
    • via relationele netwerken.
  • De “rijdende trein” waar anderen op aanhaken.

D. Sleutelelementen van de aanpak (samenvattend)

Sleutelelementen community-aanpak (zoals de MLC’s):

  • Concreet praktijkvraagstuk;
  • Kleine, diverse groep;
  • Gelijkwaardigheid;
  • Faciliterende rol (space holding);
  • Focus op hoe-vragen;
  • Actiegericht werken;
  • Reflectie als onderdeel van het proces;
  • Cultuurverandering als bijproduct;
  • Opschaling via netwerkwerking.

Aansluiting Cultuur & Keten – onderzoekend, niet interveniërend

A. Positionering

“Wij willen begrijpen waarom dit werkt en onder welke condities.”

B. Mogelijke onderzoeksvragen (voorstel)

We kunnen het onderzoek framen rond vragen als:

  • Welke vormen van eigenaarschap ontstaan in de community-aanpak, hier concreet de Micro Learning Communities?
  • Hoe verandert samenwerking zonder expliciet op cultuur te sturen?
  • Welke rol speelt gelijkwaardigheid in het leer- en innovatieproces?
  • Hoe verhouden micro-acties zich tot macro-ambities (opschaling)?
  • Welke spanningen worden zichtbaar (en hoe worden die hanteerbaar)?

C. Methodische houding

  • Sessies bijwonen (observerend).
  • Interviews met deelnemers, facilitators, netwerkpartners.
  • Narratieven verzamelen (wat vertellen mensen zelf dat er verandert?).
  • Geen verstoring van lopende processen.
  • Reflectie naast de praktijk, niet in de praktijk.

D. Output (stapsgewijs)

  1. Artikel (extern, verhalend, inspirerend – eerste stap Gideon/Marten)
  2. Reflectieve notitie (voor programma & consortia)
  3. Mogelijke latere verdieping (theoretisch / wetenschappelijk)

De appelboom-metafoor

De metafoor die Bas gebruikt is niet zomaar een beeld, het is een kerninzicht:

“We zijn te veel bezig met zelf appels maken, in plaats van zorgen dat de boom gezond is.”

In C&K-taal taal:

  • Cultuur = wat maakt dat de appels vanzelf gaan groeien;
  • Eigenaarschap = sapstroom;
  • Community = wortel- en netwerkstructuur;
  • Opschaling = zaden die verder reizen.

Partner

Gereedschappen

Handelingsruimte
Samenspel
Blikveld
Samenhang

Uit de praktijk

Cultuur & Keten